Geschiedenis van Halloween

Op 31 oktober viert men in Amerika en Canada Halloween. Iedereen verkleedt zich zo eng mogelijk en kinderen gaan langs de deuren voor 'trick or treat'. Dit betekent: Als jij mij geen snoepje geeft, dan haal ik een grap met je uit! Veel mensen maken ook enge hapjes en drankjes, zoals bloederige milkshake. Men snijdt enge gezichten uit pompoenen, waarin dan weer kaarsen worden geplaatst.

De geschiedenis van Halloween gaat enkele eeuwen terug, tot de Pomona-dag van de Romeinen en het Samhain-festival van de Kelten. Dit waren feesten waarbij offers werden gebracht aan de goden, om ze te bedanken voor de oogst en steun te vragen voor de komende winter. De invloeden hiervan zijn later gemixt met Allerheiligen en Allerzielen. Dit zijn twee katholieke feestdagen die op 1 en 2 november werden gevierd. Allerheiligen was een dag waarop de heiligen werden herdacht. Op Allerzielen werden overledenen geƫerd. Mensen verkleedden zich dan ook als engel, heilige of duivel en er werden vreugdevuren georganiseerd. In het oud-Engels heette Allerheiligen 'All Hallows' of 'All Hallow's Eve'. Dit werd later verbasterd tot Halloween.

Door Engelse, Schotse en Ierse immigranten werd Halloween in de negentiende eeuw naar Amerika gebracht. Het was toen, en ook nog in de twintigste eeuw, vooral een feest voor kinderen. Ze verkleedden zich als spook, sneden pompoenen uit en trokken daarmee langs de huizen om snoep te vragen.

Sinds de jaren tachtig vieren ook volwassenen Halloween. Huizen worden versierd, mensen verkleden zich zo griezelig mogelijk en de winkels liggen vol met Halloweenspullen. Dit waaide over naar Europa, waar nu ook steeds meer mensen Halloween vieren.

Waar komen die pompoenen dan vandaan?

Pompoenen komen oorspronkelijk uit Noord Amerika. Er zijn al zaden gevonden van 7000 tot 5500 voor Christus.
Al eeuwen geleden gebruikten de Indianen pompoenen als hoofdgerecht bij hun dagelijkse voeding. Ook droogden zij stroken pompoen en vlochten daar matten van. Verder roosterden zij stroken pompoen op een open vuur om ze daarna op te eten. De blanke kolonisten die in Amerika aankwamen zagen deze pompoenen bij de indianen, en besloten ze ook te gaan eten.

De traditie rond de lampion die we bij Halloween zo veel zien (een Jack-o-lantern in het Engels) komt waarschijnlijk uit een Iers volkslied. Het verhaal gaat dat Jack, een dronkaard en een bedrieger, de duivel had bedrogen door hem in een boom te laten klimmen. Jack had een kruis op de boom getekend zodat de duivel in de boom gevangen zat. Als de duivel Jack niet meer lastig zou vallen, zou Jack hem weer vrij laten.

Toen Jack dood was mocht hij niet naar de hemel, omdat hij zo slecht was geweest. Maar hij mocht ook niet naar de hel omdat hij de duivel had bedrogen. In de plaats daarvoor gaf de duivel hem een gloeiend houtje om zijn weg door het duister te verlichten. Het gloeiende houtje zat in een uitgeholde knol om het langer te laten gloeien.

De Ieren gebruikten vroeger knollen als lantaarns. Toen de immigranten in Amerika kwamen, ontdekten ze dat pompoenen mooier waren om als lantaarn te gebruiken. Zo werden de lampionnen in Amerika uitgeholde pompoenen met een gloeiend lichtje erin.